1868 Korte Beschrijving der Nederlandse West Indische Kolonien

Reisverhalen > 1868 Korte Beschrijving der Nederlandse West Indische Koloniën (Gedeeltelijke weergave)

Verder oostwaarts van Curacao is Bonaire gelegen, tussen 68° 35′ en 68° 20′ W. L. en tussen 12°4′ en 12° 26′ N. B.

Zeer ongelijkvormig van gedaante, van noord- tot zuidpunt vijf geografische mijlen lang bij een half tot anderhalf mijl breed, bedraagt de oppervlakte 4.50 vierkante geografische mijlen, zodat de bevolking, die in 1866 een aantal van 3722 aanwees, 827 zielen per vierkante mijl bedroeg.

De kortste afstand van Bonaire tot de kust van Venezuela is in zuid-westelijke richting 12,5 geografische mijl. De kortste afstand van Curacao recht oost en west is 7 mijlen, van haven tot haven is die 10 geografische mijlen.

Het eiland Bonaire is voor het grootste gedeelte heuvelachtig en staat niet veel boven Curacao in geschiktheid voor den landbouw, want hoewel het nog niet geheel van bosch- en houtgewas ontbloot is, zoo lijdt het veelal evenals dat eiland door gebrek aan regen.

De zoogenaamde hoofdplaats Kralendijk ligt aan de zuidwestzijde van het eiland, dat vroeger geheel als een gouvernementsplantage beschouwd werd, dat is als een bezitting waarover het gouvernement hetzelfde recht uitoefende als aan elk ingezetene over zijn bijzonder eigendom toekomt.

Onder het Engelsche tussenbestuur (1807—1816) werd dan ook het gehele eiland met de daarop wonende gouvernementsslaven aan een particulier in gebruik afgestaan, voor een vasten jaarlijkse huurprijs en onder de verplichting om de slaven te onderhouden. Ook vond men op Bonaire bijna geen andere dan gouvernementsslaven , die volgens de voorschriften, reeds vele jaren vóór de emancipatie in hun belang vastgesteld, zich voor bepaalde sommen aan het gouvernement te voldoen, konden vrijkopen. Als bewijs voor de goede behandeling dier slaven en bovenal voor de gezondheid van het eiland, verdient de snelle vermeerdering dier bevolking bijzondere vermelding. Hun getal bedroeg 1 Jan. 1817 slechts 290, in 1836 was dit tot 524, in 1853 tot 656 en in 1863, kort voor de emancipatie, was het tot over de 700 geklommen.

En toch werden voornamelijk door den arbeid van die slaven de zoutpannen, de steenkalkbranderij en het grootste gedeelte van de domeingronden dooreen genomen met voordeel voor de schatkist bewerkt, of voor de veeteelt benut, daar de arbeid van de vroeger reeds vrije negers en kleurringen, welke in plaats van belasting gedurende eenige dagen van het jaar voor het Gouvernement tegen betaling verricht werd, daaraan weinig toebracht en slechts enkele kleine stukken grond aan bijzondere personen uitgegeven waren.

De emancipatie heeft echter aan dien toestand een eind gemaakt en de zeer vermeerderde uitgaven bij jaarlijks verminderende producten deden tot den verkoop dier gronden overgaan, die 20 Sept. 1868 op Curaçao publiek plaats vond, zodat gezamenlijk 10,160 bunders tegen prijzen van ƒ 4 tot ƒ 11 de bunder in vier kavelingen aan particulieren overgingen.

Het eilandje Klein-Bonaire dat ten westen de baai en reede van het eiland sluit en 600 bunders oppervlakte heeft, werd afzonderlijk voor ƒ8000 verkocht. De gezamenlijke opbrengst van den verkoop bedroeg ƒ 81,950. Ook de zoutpannen werden opgeveild, doch er werd geen voldoend bod gedaan; nog enige kleine stukken domeingrond bleven onverkocht.

De vóór de emancipatie reeds vrij talrijke vrije gekleurde bevolking van dit eiland legde zich steeds en ook nu nog toe, gedeeltelijk op veeteelt en kleinen land- of tuinbouw, gedeeltelijk op scheepvaart en visserij.

Het aantal ingezetenen van het blanke ras is hier zeer gering, naar gis nog niet één ten honderd van de gehele bevolking. Het is echter te voorzien dat dit getal zal toenemen ten gevolge van den aankoop der domeingronden door particulieren.

De belangrijkste artikelen van uitvoer zijn zout en steenkalk, beide van uitmuntende hoedanigheid.

De opbrengst van de gouvernementszoutpannen op Bonaire werd onder gunstige omstandigheden op 150,000 vaten ’s jaars geschat.

Oost ten zuiden op 10 en 12 geografische mijlen afstand van den zuidelijken hoek van Bonaire, liggen de aan Nederland behorende Aves-eilanden, omtrent 3 mijl oost en west. van elkander en tezamen omtrent een halve vierk. mijl in oppervlakte, kaal en rotsig van koraal- en zandbanken omringd en slechts nu en dan door enige vissers bewoond.

December 1868. A. D. Van der Gon Netscher.

Bron: http://www.kitlv-journals.nl/index.php/btlv/article/download/5801/6568
 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *